De locatie van het graf van een verzetsstrijder reconstrueren met behulp van ruimtelijke analyse
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd in Kamp Amersfoort een verzetsstrijder gefusilleerd. Er zijn meerdere pogingen gedaan om het veldgraf te vinden en op te graven, maar zonder resultaat. Tijdens een zoekpoging in 1947 (op een locatie aangewezen door een van de schutters) zijn twee foto’s gemaakt.
Het terugvinden van het graf is van groot belang, zodat de verzetsman alsnog een respectvolle rustplaats kan krijgen. Hiervoor is het noodzakelijk om de exacte locatie van het graf te achterhalen.
Om dit mogelijk te maken is een onderzoek opgezet naar de precieze locatie waar de twee foto’s zijn genomen. Door zichtbare elementen op de foto’s te combineren met historische luchtfoto’s, dronebeelden en ruimtelijke analyse kan mogelijk worden gereconstrueerd waar het graf zich bevindt.
De hoofdvraag van het onderzoek luidt:
Op welke locatie zijn deze foto’s genomen?
Daarnaast is onderzocht:
- Of beide foto’s op dezelfde locatie zijn genomen
- Of beide foto’s op hetzelfde moment zijn genomen
Zichtbare elementen
Om de locatie van de foto’s te kunnen bepalen, zijn referentiepunten nodig. Op beide foto’s zijn verschillende landschapselementen zichtbaar die hiervoor gebruikt kunnen worden.
Deze elementen zijn geïdentificeerd, zodat ze later geplaatst kunnen worden op een historische luchtfoto en als ruimtelijke referentiepunten kunnen dienen.
Welke herkenbare elementen zijn zichtbaar op de foto’s?
De volgende elementen konden worden onderscheiden:
- Bomen (zeedennen): lichtgroen
- Barak: rood
- Het lijkenhuisje (lees het blog hierover): geel
- Schietwal: roze
- Voorkant lage schietwal: lichtblauw
- Donkere plekken in de wal: paars
De zichtbare elementen op de twee foto’s
Ingetekend op een historische luchtfoto ziet dit er als volgt uit:
Aannames
Om de locatie van de foto’s te kunnen bepalen, zijn enkele aannames noodzakelijk:
- Beide foto’s zijn genomen bij de schietwal op Kamp Amersfoort
- De foto’s zijn (ongeveer) in hetzelfde jaar gemaakt
- De geïdentificeerde elementen zijn correct geïnterpreteerd
- Er is geen sprake van significante vervorming door de cameralens
- De boom met de afwijkende tak is dezelfde boom die momenteel nog aanwezig is op het terrein
Locatiebepaling foto 1
Omdat foto 1 meerdere herkenbare elementen bevat die als referentiepunten kunnen dienen, is ervoor gekozen om de locatie van deze foto te bepalen met behulp van een hoekenanalyse. Hierbij worden specifieke punten op de foto geïdentificeerd en vervolgens vertaald naar hun positie op de kaart.
De foto is genomen vanuit een kijkhoek waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- De tweede barak is zichtbaar
- Het lijkenhuisje is zichtbaar
- De voorkant van de lage schietwal is zichtbaar
- De boom met de afwijkende tak bevindt zich net links van de lage schietwal
- De oksel van de hoge schietwal is zichtbaar
Wanneer deze elementen worden ingetekend op de foto, ontstaat een ruimtelijke relatie tussen de referentiepunten. Hieruit volgt een belangrijke geometrische voorwaarde:
De hoek tussen het middenpunt en het linkerpunt moet gelijk zijn aan de hoek tussen het middenpunt en het rechterpunt.
De referentiepunten die op foto 1 zijn geïdentificeerd (het linker-, midden- en rechterpunt) kunnen vervolgens worden vertaald naar hun positie op de kaart.
Door deze punten in de ruimtelijke context te plaatsen, ontstaat de mogelijkheid om verschillende kijkrichtingen te reconstrueren. Vanuit mogelijke standpunten op de kaart kan worden bepaald of de onderlinge hoeken tussen deze punten overeenkomen met de kijkhoek op de foto.
Met andere woorden: we kunnen testen vanaf welke locaties het beeld op de foto geometrisch kan kloppen.
Voor elke mogelijke positie wordt daarom het volgende berekend:
- De hoek tussen het linkerpunt (barak) en het middenpunt (voorkant schietwal)
- De hoek tussen het middenpunt en het rechterpunt (oksel van de schietwal)
Het verschil tussen deze hoeken bepaalt hoe waarschijnlijk een locatie is.
Wanneer het verschil groot is, kan de foto daar niet zijn genomen.
Wanneer het verschil klein is, past de kijkrichting bij het beeld op de foto.
Eerste testlocaties
Op basis van deze methode zijn eerst mogelijke camerastandpunten onderzocht in de omgeving van de voormalige Kiesgrube.
Vanaf deze locaties zijn de hoeken tussen de referentiepunten berekend. Hoewel de positie van de boom met de afwijkende tak ten opzichte van de lage schietwal op het eerste gezicht overeen leek te komen, bleek het verschil tussen de berekende hoeken telkens aanzienlijk. De geometrische relatie tussen de referentiepunten kwam daardoor niet overeen met de situatie op de foto.
Deze locaties konden daarom als onwaarschijnlijk worden uitgesloten.
Alternatieve locaties
Vervolgens zijn standpunten onderzocht die dichter bij de schietwal liggen.
Vanaf deze posities bleken de hoeken tussen de referentiepunten aanzienlijk beter overeen te komen. In meerdere gevallen was het verschil tussen de berekende hoeken zeer klein. Daarnaast kwam vanuit deze locaties ook de relatieve positie van de boom met de afwijkende tak overeen met wat zichtbaar is op de foto: net links of net achter de lage schietwal.
Dit wijst erop dat deze locaties beter aansluiten bij de oorspronkelijke kijkrichting van foto 1.
Waarschijnlijke plek
De locaties waarbij het verschil tussen de berekende hoeken minimaal is, vormen samen een cluster van mogelijke camerastandpunten.
Deze zone kan daarom worden beschouwd als de meest waarschijnlijke locatie van waaruit foto 1 is genomen.
Locatiebepaling foto 2
In tegenstelling tot foto 1 bevat foto 2 minder duidelijke referentiepunten die geschikt zijn voor een hoekenanalyse. De exacte kijkrichting kan daardoor niet op dezelfde manier worden gereconstrueerd.
Toch zijn er op deze foto enkele kenmerken zichtbaar die ruimtelijk houvast bieden.
Op foto 2:
- Zijn donkere plekken in de schietwal te herkennen
- Is de volledige schietwal zichtbaar
- Lijkt de afstand tussen de graafplek en de wal relatief klein
Deze observaties geven aanwijzingen over de positie van de camera ten opzichte van de schietwal.
Doordat de gehele schietwal zichtbaar is, kan worden aangenomen dat de foto niet vanaf een positie dicht bij het uiteinde van de wal is genomen. Daarnaast komen de donkere plekken in de schietwal overeen met kenmerken die ook zichtbaar zijn op de historische luchtfoto. Dit maakt het mogelijk om de foto te relateren aan specifieke delen van de wal.
Wanneer de vermoedelijke afstand tot de schietwal wordt vergeleken met de kaart, ontstaat een locatie die ruimtelijk logisch is in relatie tot de graafplek.
Deze locatie kan vervolgens worden getoetst aan de hand van dezelfde methode als bij foto 1. Wanneer de hoeken tussen de referentiepunten vanuit deze positie worden berekend, blijkt het verschil tussen de hoeken aanzienlijk groter te zijn.

Dit suggereert dat de kijkrichting van foto 2 afwijkt van die van foto 1.
Dit ondersteunt de mogelijkheid dat:
- De foto’s niet vanaf exact dezelfde positie zijn genomen
Of:
- Er een cameralens is gebruikt die de afstand tot de schietwal visueel verkleint
Beide verklaringen zijn in lijn met de visuele kenmerken van foto 2.
Zijn de foto’s op dezelfde locatie genomen?
Op basis van de analyse lijkt het goed mogelijk dat de twee foto’s niet vanaf exact dezelfde locatie zijn genomen. Wel is het aannemelijk dat beide beelden binnen Kamp Amersfoort zijn vastgelegd.
Daarnaast moet rekening worden gehouden met het gebruik van een cameralens die objecten optisch naar voren kan halen. Hierdoor kan de hoge schietwal dichterbij lijken dan deze in werkelijkheid was, wat de interpretatie van de kijkrichting kan beïnvloeden.
Zijn de foto’s op hetzelfde moment genomen?
Het is waarschijnlijk dat de foto’s op hetzelfde moment zijn gemaakt. Op beide beelden zijn namelijk minstens twee personen te herkennen die dezelfde kleding dragen.
Het is mogelijk dat ook andere aanwezigen op beide foto’s dezelfde personen zijn, al kan dit niet met volledige zekerheid worden vastgesteld.
In de onderstaande vergelijking zijn per persoon uitsneden uit beide foto’s weergegeven.
![]() Persoon 1 |
![]() Persoon 2 |
Conclusie
Op basis van de hoekenanalyse kon voor foto 1 een reeks mogelijke camerastandpunten worden onderzocht. De verschillen in hoeken tussen het linker-, midden- en rechterpunt geven hierbij inzicht in hoe goed een locatie overeenkomt met de kijkrichting op de foto.
De meest waarschijnlijke locatie bevindt zich binnen het cluster van punten waarbij het verschil tussen de berekende hoeken slechts circa één graad bedraagt.
Door deze locaties te combineren, kon een afgebakend gebied worden vastgesteld dat het beste aansluit bij de geometrie van foto 1. Dit gebied vormt daarmee de meest aannemelijke zone van waaruit de foto is genomen.
Daarnaast blijft het mogelijk dat foto 1 en foto 2 niet vanaf exact dezelfde locatie zijn vastgelegd, of dat gebruik is gemaakt van een cameralens die afstanden visueel verkleint. Wel lijkt het waarschijnlijk dat beide foto’s op ongeveer hetzelfde moment zijn genomen.

Deze analyse laat zien hoe ruimtelijke methoden kunnen bijdragen aan historisch onderzoek. Door historische foto’s te combineren met kaartmateriaal en GIS-analyse kan zelfs bij beperkte en onvolledige bronnen toch een gefundeerde reconstructie van een locatie worden gemaakt.
Kamp Amersfoort
Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort houdt de herinnering aan het kamp en zijn slachtoffers in leven, zodat toekomstige generaties hiervan kunnen leren. De stichting heeft de moeilijke taak om aan de hand van verspreide en verloren gewaande documenten het verleden te reconstrueren. Ieder detail kan bepalend zijn voor het lokaliseren van cruciale elementen uit dit bewogen verleden.







